ECLI:NL:HR:2002:AE4731
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn belastingaanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1998, maar dit bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Vervolgens verklaarde het Hof het beroep van belanghebbende eveneens niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende stelde hiertegen verzet in, dat door het Hof ongegrond werd verklaard.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof dat geen sprake was van een verontschuldigbare termijnoverschrijding, gelet op artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, niet onjuist was. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende ondanks psychische problemen en ziekte tijdig maatregelen had kunnen treffen om de termijnoverschrijding te voorkomen, bijvoorbeeld door het indienen van een pro forma beroepschrift.
De Hoge Raad stelde vast dat deze waardering van feitelijke aard in cassatie niet kan worden getoetst en verwierp de klacht van belanghebbende. De Hoge Raad vond geen gronden voor veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de belastingaanslag blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.