ECLI:NL:HR:2002:AE4727

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37099
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • J.W. van den Berge
  • C.J.J. van Maanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak inzake aanslag inkomstenbelasting 1994 na bezwaar en beroep

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van 49.702 gulden. Na bezwaar bij de Inspecteur werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.

Tegen deze uitspraak van het Hof stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroepschrift en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën bestudeerd. De klachten van belanghebbende konden niet tot cassatie leiden, mede omdat deze niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot daarom het beroep ongegrond te verklaren. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Dit arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de Inspecteur en het Hof, waarmee de aanslag definitief is vastgesteld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1994 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 37.099
28 juni 2002
TVW
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 maart 2001, nr. 96/00485, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 49.702, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren J.W. van den Berge en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2002.