ECLI:NL:HR:2002:AE4718
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslastverdeling bij verrekenprijzen in vennootschapsbelasting
In deze zaak is aan belanghebbende een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over het boekjaar 1987/1988. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd door de Inspecteur, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde de aanslag verder naar beneden bij.
De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof. Centraal stond de vraag wie de bewijslast draagt bij correcties van verrekenprijzen: de Inspecteur of de belastingplichtige. Het Hof had geoordeeld dat de Inspecteur de bewijslast draagt om aan te tonen dat de correcties terecht zijn.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het at arm's length beginsel toegepast mag worden op het geheel van transacties binnen een concern en niet per individuele transactie. De zaak werd verwezen voor verdere behandeling. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur draagt de bewijslast voor correcties van verrekenprijzen.