ECLI:NL:HR:2002:AE4252
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid huiszoeking met toestemming hoofdbewoner ondanks betwisting bewijsmateriaal
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem dat hem veroordeelde wegens overtredingen van de Opiumwet en vernieling. Centrale discussie was de rechtmatigheid van de huiszoeking in de woning aan de [b-straat 1] te [woonplaats]. De verdachte stelde dat de politie zich niet als zodanig had geïdentificeerd, geen bevel tot binnentreden had getoond, en dat de huiszoeking zonder toestemming van de hoofdbewoner was verricht. Tevens werd aangevoerd dat de huiszoeking niet door de officier van justitie was bevolen en dat de vereiste kennisgeving niet had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de huiszoeking geschiedde met toestemming van de hoofdbewoner, [betrokkene 2], die zich bij aankomst meldde en toestemming gaf voor het onderzoek. Het hof verwierp het verweer dat zij geen hoofdbewoner was als niet aannemelijk. Ook vond het hof dat het verzuim van de officier van justitie om een gerechtelijk vooronderzoek te vorderen niet zo ernstig was dat het bewijsmateriaal uitgesloten moest worden.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Het feitelijke oordeel van het hof over de bewoning en toestemming is niet onbegrijpelijk en staat niet ter discussie in cassatie. De overige klachten leiden niet tot cassatie en behoeven geen nadere motivering. De veroordeling tot tien maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd met een gevangenisstraf van tien maanden.