ECLI:NL:HR:2002:AE3831
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onroerendezaakbelasting en waardering recreatiebungalow als onroerend goed
Belanghebbende huurde een stuk grond in een bungalowpark waarop een recreatiebungalow was geplaatst. De waarde van dit onroerend goed werd vastgesteld op f 50.000, later verminderd tot f 35.000 na bezwaar bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de lagere waarde bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende dat het oordeel van het Hof onjuist was, met name over de kwalificatie van de bungalow als onroerend goed en de samenstelregel van de Wet waardering onroerende zaken. De Hoge Raad oordeelde dat de bungalow duurzaam met de grond verenigd is en als onroerend moet worden aangemerkt volgens artikel 3:3 BW Pro, en dat het oordeel van het Hof hierover geen onjuiste rechtsopvatting bevat.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat het samenstel van grond en bungalow bij dezelfde belastingplichtige in gebruik kan worden aangemerkt als samenstel in de zin van artikel 16, lid 1, letter d, van de Wet waardering onroerende zaken, ongeacht of de bungalow en grond los van elkaar verkocht kunnen worden.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel dat de recreatiebungalow duurzaam met de grond verenigd is en als onroerend moet worden aangemerkt.