ECLI:NL:HR:2002:AE3386
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie over vordering Staat tegen Maatschap in ruilverkavelingszaak
In deze zaak vorderde de Staat samen met de Landinrichtingscommissie (LiC) betaling van een bedrag van ƒ 33.751,37 plus rente en incassokosten van de Maatschap en eiser. De Maatschap c.s. betwistte de bevoegdheid van de rechtbank en stelde verschillende verweren, terwijl eiser een voorwaardelijke reconventionele vordering instelde tot betaling door de Staat.
De rechtbank stond bewijslevering toe en stelde de beslissing aan, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het Gerechtshof verklaarde zich bevoegd, wees de vordering van de LiC af wegens niet-ontvankelijkheid en verwierp de vordering van de Staat tegen de Maatschap en betrokkene 1. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding.