ECLI:NL:HR:2002:AE3247
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
In deze zaak heeft de verdachte tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. De dagaanzegging voor de behandeling van het cassatieberoep vond plaats in persoon door een deurwaarder in het Huis van Bewaring te Curaçao. Hoewel het exploot de dag van uitreiking vermeldde, ontbrak de vermelding van het uur van uitreiking.
De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van het uur van uitreiking in dit geval niet leidt tot nietigheid van de betekening, aangezien de aanzegging in persoon geschiedde en de verdachte tijdig op de hoogte was gesteld. Echter, omdat de verdachte niet vóór de zittingsdag door een raadsman schriftelijk middelen van cassatie had ingediend, is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 11, tweede lid, van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba.
Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad benadrukt het belang van de formele vereisten voor de ontvankelijkheid van een cassatieberoep, ook bij tijdige dagaanzegging.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.