ECLI:NL:HR:2002:AE3177
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van f 1.144.567. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 1.143.130, waarvan een groot deel belast werd volgens artikel 57 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, zonder nadere motivering omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Brunschot (voorzitter), Lourens en Van Oven op 24 mei 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.