ECLI:NL:HR:2002:AE3167
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over bestemmingswijzigingswinst bij staking landbouwbedrijf
Belanghebbende had voor 1995 een landbouwbedrijf dat per 1 mei 1995 werd gestaakt. De boerderij was deels gesloopt en herbouwd tot een landhuis, waarbij de grond van het voormalige bedrijfsgedeelte werd gebruikt voor bewoning. De vraag was of de winst uit de bestemmingswijziging van deze grond in 1995 belastbaar was of reeds in 1990.
Het Hof oordeelde dat de grond tot de staking bleef behoren tot het ondernemingsvermogen en dat de bestemmingswijziging pas bij staking plaatsvond, waardoor de winst in 1995 belastbaar was. Belanghebbende stelde dat de wijziging al in 1990 had plaatsgevonden en dat de winst toen belast had moeten worden.
De Hoge Raad stelde dat een bestemmingswijziging reeds kan bestaan als de grond waarschijnlijk binnenkort niet meer voor landbouw wordt gebruikt, maar dat het belastbare voordeel pas ontstaat bij realisatie van de waardeverandering, bijvoorbeeld bij staking. Omdat belanghebbende de grond tot staking als ondernemingsvermogen bleef aanmerken en geen eerdere overbrenging naar privé was gebleken, was de winst in 1995 terecht belast.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de bestemmingswijzigingswinst belastbaar is bij staking van het landbouwbedrijf in 1995.