ECLI:NL:HR:2002:AE2381
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in civiele vordering tussen Farmerhoeve en erven betrokkene
Farmerhoeve B.V. vorderde betaling van een bedrag van ƒ 31.029,06 van betrokkene 1, die deze vordering betwistte en een tegenvordering instelde. Na diverse procedurele stappen, waaronder incidenten over bevoegdheid en niet-ontvankelijkheid, werd de zaak door rechtbank en hof behandeld. Het hof vernietigde een deel van het vonnis van de rechtbank met betrekking tot een vervalbeding, waardoor de vordering van Farmerhoeve op dat punt werd afgewezen, maar bevestigde het overige en verwees de zaak terug naar de rechtbank.
Farmerhoeve stelde vervolgens cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Het cassatieberoep werd verworpen en Farmerhoeve werd veroordeeld in de kosten van het geding.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en sluit het geding af met een definitieve uitspraak over de procesrechtelijke en materiële kwesties tussen partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het vonnis van het hof en de rechtbank.