ECLI:NL:HR:2002:AE2254
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing belastingverdrag op dividenden uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 80.359.253, waarvan ƒ 80.000.000 werd belast tegen 25%. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 27 lid 1 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk, met betrekking tot de vraag of dividenden uit aanmerkelijk belang anders behandeld moeten worden dan andere dividenden. De Hoge Raad oordeelde dat het verdrag geen onderscheid maakt tussen dividenden uit aanmerkelijk belang en andere dividenden, en dat het begrip 'welke inkomsten dan ook' ook deze dividenden omvat.
De Hoge Raad verwierp het middel van belanghebbende en bevestigde het oordeel van het Hof dat dividenden uit aanmerkelijk belang als inkomsten in de zin van het verdrag moeten worden beschouwd, ongeacht de Nederlandse fiscale terminologie. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat dividenden uit aanmerkelijk belang onder het belastingverdrag vallen.