ECLI:NL:HR:2002:AE1967
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid ambtenaar en verklaart beroep ongegrond in WOZ-zaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak gelegen aan a-straat 1 te Z, waarbij de waarde aanvankelijk op f 324.000 werd gesteld en later door burgemeester en wethouders werd verlaagd naar f 315.000. Het Hof bevestigde deze waardering. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hoofd van de centrale afdeling financiën bevoegd was om zich ter zitting te laten vertegenwoordigen, omdat zijn bevoegdheid rechtstreeks uit de wet voortvloeit en niet afhankelijk is van een volmacht of opdracht van burgemeester en wethouders. Het beroep richtte zich hiertegen, maar dit werd verworpen.
De overige middelen van het cassatieberoep werden eveneens ongegrond verklaard zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.