ECLI:NL:HR:2002:AE1183
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste termijninterpretatie in milieuzaken
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het opzettelijk handelen in strijd met een voorlopige milieumaatregel opgelegd door de Rechtbank Rotterdam. De maatregel verplichtte de verdachte zich te onthouden van het opslaan van afvalstoffen en schriftelijk aan te tonen dat hij zich aan deze maatregel hield binnen zes weken na betekening.
Het Hof te 's-Gravenhage sprak de verdachte vrij omdat het oordeelde dat de termijn van zes weken pas op de dag na betekening begon, waardoor de controle van 28 oktober 1999 niet als bewijs kon dienen. De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof de termijn verkeerd had geïnterpreteerd en daardoor de grondslag van de tenlastelegging had verlaten.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de Advocaat-Generaal in cassatie ontvankelijk was omdat de vrijspraak niet viel onder de uitzonderingen van artikel 430 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.