ECLI:NL:HR:2002:AE1162
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor diefstal met valse sleutels ondanks procedureel verzuim
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met gebruik van valse sleutels is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.
Aanvankelijk wees de Hoge Raad op 22 mei 2001 het cassatieberoep af omdat geen middelen van cassatie waren voorgesteld. Later werd echter ontdekt dat de raadsman van verdachte zich tijdig had gesteld, maar door een administratief verzuim niet in de gelegenheid was gesteld middelen in te dienen. Hierdoor werd het recht op een eerlijk proces geschonden zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad herroept daarom zijn eerdere arrest, vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. Vervolgens wordt de raadsman alsnog een termijn gegund om middelen in te dienen. Na beoordeling van deze middelen handhaaft de Hoge Raad uiteindelijk het arrest van het hof en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring voldoende is gemotiveerd en dat het middel dat de bewezenverklaring zou ontbreken faalt. Het tweede middel wordt niet inhoudelijk behandeld omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.
De straf van twee weken gevangenisstraf blijft gehandhaafd. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de strafkamer en uitgesproken op 9 april 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twee weken gevangenisstraf blijft gehandhaafd.