ECLI:NL:HR:2002:AE1090

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/066HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling bijdrage verzorging en opvoeding minderjarige kinderen afgewezen in cassatie

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de vader te verplichten een bijdrage van ƒ 750,-- per kind per maand te betalen voor de verzorging en opvoeding van hun twee minderjarige kinderen. De rechtbank wees dit verzoek af. De moeder stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en de vader veroordeelde tot betaling van de bijdrage vanaf 13 oktober 1999.

De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De moeder verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef en de vader gehouden is tot betaling van de bijdrage.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de bijdrageverplichting blijft in stand.

Uitspraak

5 april 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/066HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De moeder], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 oktober 1999 ter griffie van de Rechtbank te Haarlem ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht te bepalen dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - voor de verzorging en opvoeding van twee minderjarige kinderen een bedrag van ƒ 750,-- per kind per maand zal betalen.
De vader heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 29 februari 2000 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 29 maart 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en voorts de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met ingang van 13 oktober 1999 bepaald op ƒ 750,-- per kind per maand, met afwijzing van het meer of anders verzochte.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 april 2002.