ECLI:NL:HR:2002:AE0461
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake redelijkheid reiskosten belastingaanslag 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 48.130. Tegen deze uitspraak van de Inspecteur kwam belanghebbende in beroep bij het Hof, dat de uitspraak bevestigde. Het Hof oordeelde dat de door belanghebbende gemaakte reiskosten voor gezinsbezoek, circa ƒ 21.888 over een periode van acht maanden, niet redelijk waren gelet op het inkomen en de afstand tot de woonplaats.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte een uitsluitend cijfermatige benadering hanteerde en onvoldoende rekening hield met alle omstandigheden van het geval, zoals door de werkgever verstrekte voorzieningen en wat anderen in vergelijkbare situaties uitgeven. Tevens rust de bewijslast omtrent het overschrijden van gebruikelijke kosten op de Inspecteur.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten en liet de vergoeding daarvan aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.