ECLI:NL:HR:2002:AD9909

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/216HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • P.C. Kop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallig vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen bij einde dienstverband

In deze zaak vorderde verweerder betaling van achterstallig vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen bij het einde van het dienstverband, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De Kantonrechter wees de vordering gedeeltelijk toe, waarna eiser hoger beroep instelde bij de Rechtbank. Na bewijslevering vernietigde de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter en veroordeelde eiser tot betaling van de gevorderde bedragen.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de vonnissen van de Rechtbank. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van verweerder nihil werden begroot. Hiermee bleef het vonnis van de Rechtbank in stand dat eiser tot betaling van achterstallig vakantiegeld, niet genoten vakantiedagen en incassokosten veroordeelde.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis van de Rechtbank tot betaling van achterstallig vakantiegeld, niet genoten vakantiedagen en incassokosten blijft in stand.

Uitspraak

8 maart 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/216HR
MP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], handelende onder de naam [...],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1.Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 4 juni 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: Kruis - gedagvaard voor de Kantonrechter te Gorinchem en - kort gezegd en na vermeerdering en vermindering van eis - gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van bedragen ter zake van achterstallig vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen, zoals die in de dagvaarding staan vermeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, alsmede tot betaling van een bedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten.
[eiser] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 12 april 1999 de vordering gedeeltelijk toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Dordrecht.
Bij tussenvonnis van 29 maart 2000 heeft de Rechtbank [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de Rechtbank bij eindvonnis het vonnis van de Kantonrechter vernietigd en opnieuw rechtdoende [eiser] veroordeeld tot betaling van bedragen, zoals die in dit vonnis staan vermeld, ter zake van achterstallige vakantietoeslag en niet genoten vakantiedagen bij het einde van het dienstverband, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging, alsmede tot betaling van een nettobedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten.
Beide vonnissen van de Rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.
2.Het geding in cassatie
Tegen beide vonnissen van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, en de raadsheren J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 8 maart 2002.