ECLI:NL:HR:2002:AD9909
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallig vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen bij einde dienstverband
In deze zaak vorderde verweerder betaling van achterstallig vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen bij het einde van het dienstverband, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De Kantonrechter wees de vordering gedeeltelijk toe, waarna eiser hoger beroep instelde bij de Rechtbank. Na bewijslevering vernietigde de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter en veroordeelde eiser tot betaling van de gevorderde bedragen.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de vonnissen van de Rechtbank. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van verweerder nihil werden begroot. Hiermee bleef het vonnis van de Rechtbank in stand dat eiser tot betaling van achterstallig vakantiegeld, niet genoten vakantiedagen en incassokosten veroordeelde.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis van de Rechtbank tot betaling van achterstallig vakantiegeld, niet genoten vakantiedagen en incassokosten blijft in stand.