ECLI:NL:HR:2002:AD9862
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid referendumregeling bij ontslag bestuursleden woningstichting
De woningstichting St. Willibrordus had haar bestuur, bestaande uit meerdere leden, grotendeels ontslagen tijdens een ledenvergadering. De ontslagen bestuursleden trachtten een referendum uit te schrijven over het ontslagbesluit, zoals voorzien in de statuten van de vereniging. Het bestuur stelde dat het ontslagbesluit onmiddellijke werking had en dat het referendum geen rechtsgevolg kon hebben.
De rechtbank oordeelde dat het ontslagbesluit onmiddellijke werking had, maar het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat het referendum conform de statuten gehouden kon worden, waardoor uitvoering van het ontslagbesluit werd geschorst. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de statutaire regeling van het referendum, die alle besluiten van de ledenvergadering kan omvatten, inclusief ontslagbesluiten, niet in strijd is met het dwingend recht van artikel 2:37 lid 6 BW Pro.
De Hoge Raad benadrukte dat het bestuur, inclusief de ontslagen leden, het recht heeft om een referendum te besluiten en dat het ontslagbesluit pas rechtsgevolg krijgt nadat de uitslag van het referendum bekend is. Het beroep van St. Willibrordus werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het beroep van St. Willibrordus wordt verworpen en de referendumregeling wordt als rechtsgeldig bevestigd.