ECLI:NL:HR:2002:AD9689
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigende bovenwoning in verhuurde staat
De gemeente 's-Gravenhage heeft de onteigening van het pand van eiser gevorderd en de rechtbank heeft deze onteigening bij vervroeging uitgesproken. Vervolgens stelde de rechtbank de schadeloosstelling vast op ƒ 290.000. Eiser stelde in cassatie dat de waardering van de bovenwoning onjuist was omdat deze was gebaseerd op de verhuurde staat, terwijl huurders hadden toegezegd de woning vrijwillig te verlaten.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht is uitgegaan van de verhuurde staat van de bovenwoning bij de waardering. De verklaringen van huurders werden afgewezen omdat deze in de onderhandelingsfase waren opgesteld en geen invloed zouden hebben gehad op de prijs bij een redelijke koop op het moment van inschrijving van het vonnis in de openbare registers.
Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak dat bij onteigening de waarde in verhuurde staat kan worden gehanteerd indien de woning op het moment van onteigening nog verhuurd is. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt bevestigd op basis van waardering in verhuurde staat.