ECLI:NL:HR:2002:AD9557
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsmacht Nederland bij drugsvangst op buitenlands schip in volle zee
De verdachte werd vervolgd voor het medeplegen van het aanwezig hebben van circa 17.000 kilogram hashish aan boord van het schip "Asean Explorer", dat voer onder de vlag van St. Vincent and the Grenadines. Hoewel de verdachte zich nooit aan boord bevond, werd hij betrokken geacht bij de exploitatie en financiering van het schip.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op de verdachte, mede op grond van art. 5 Sr Pro, omdat het feit strafbaar is gesteld in zowel Nederland als St. Vincent and the Grenadines. Het hof baseerde zich daarbij op het vlagbeginsel, waarbij het schip als territorium van het vlaggend land wordt beschouwd, ook buiten territoriale wateren.
De verdachte stelde in cassatie dat de Nederlandse rechtsmacht niet geldt voor feiten buiten het grondgebied van het vreemde land, zoals in volle zee, en dat het vlagbeginsel niet mag worden toegepast op personen die niet aan boord waren. De Hoge Raad verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het vlagbeginsel in combinatie met art. 5 Sr Pro de Nederlandse rechtsmacht rechtvaardigt.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot elf maanden en een week. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De straf werd verminderd tot elf maanden en een week gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn, met bevestiging van de Nederlandse rechtsmacht en veroordeling voor medeplegen bezit van hashish.