ECLI:NL:HR:2002:AD9213
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet voldoen aan wettelijke aangifteplicht geboorte
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens het niet voldoen aan de wettelijke verplichting tot aangifte van de geboorte van zijn zoon, zoals voorgeschreven in artikel 19e, lid 2, boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank had het vonnis van de kantonrechter vernietigd en een geldboete opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat hij wel aangifte had gedaan via een brief, en dat artikel 448 Sr Pro niet voorschrijft dat de aangifte op een bepaalde wijze moet geschieden. De Hoge Raad oordeelde dat het middel faalt, mede op grond van de conclusie van de Advocaat-Generaal, en dat de aangifte niet op de voorgeschreven wijze was gedaan.
De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad bevestigde daarmee de bestreden uitspraak en verwierp het beroep van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens niet voldoen aan de wettelijke aangifteplicht geboorte.