ECLI:NL:HR:2002:AD9141
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake vermogensverrekening na huwelijk
De vrouw heeft bij de Rechtbank Utrecht een verzoek ingediend om de man te veroordelen tot betaling van een voorschot en tot vermogensbeschrijving en verrekening van tijdens het huwelijk gespaarde en belegde inkomsten. De Rechtbank bepaalde dat de man een bedrag aan de vrouw moest betalen, maar wees het meer gevorderde af. Beide partijen stelden hoger beroep in tegen verschillende beschikkingen van de Rechtbank. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde de beschikking van de Rechtbank en bepaalde een nieuw bedrag dat de man aan de vrouw moest voldoen, maar wees verdere verrekening af.
De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking van het Hof. De man diende een verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep van de vrouw en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof. De zaak betreft de verdeling van vermogensbestanddelen en verrekening na beëindiging van het huwelijk, waarbij de rechtbank en het hof reeds een afgewogen beslissing hadden genomen over de betaling en vermogensverrekening.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof over de vermogensverrekening en betaling.