ECLI:NL:HR:2002:AD9132
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot weigeren sloop van verhypothekeerde onroerende zaken vóór levering
In deze zaak stond centraal de vraag of de curator van een failliete vennootschap verplicht was onvoorwaardelijk te gedogen dat de hypotheekhouders de kantoorpanden op verhypothekeerde onroerende zaken zouden slopen voorafgaand aan de juridische levering.
De Banken hadden een koopovereenkomst gesloten waarbij sloop van de panden was voorzien vóór levering. De curator verzette zich tegen de sloop, waarna partijen overeenkwamen de kwestie aan de rechter voor te leggen. Het Hof oordeelde dat de Banken bevoegd waren tot sloop, maar dat de curator een tegenprestatie mocht bedingen.
De Hoge Raad stelde vast dat de bevoegdheid tot het onder zich nemen van zaken niet automatisch de bevoegdheid tot sloop inhoudt en dat de Algemene Voorwaarden de bevoegdheid tot sloop niet rechtvaardigen. Ook uit de faillissementswet en het Burgerlijk Wetboek volgt niet dat de hypotheekhouder zonder aparte grondslag tot sloop bevoegd is.
De Hoge Raad verwierp zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigde dat de curator niet onvoorwaardelijk tot gedogen van sloop gehouden is. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke wettelijke of contractuele grondslag voor ingrijpende bevoegdheden van hypotheekhouders tijdens faillissement.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator niet onvoorwaardelijk gehouden is tot gedogen van sloop en dat de Banken niet bevoegd zijn tot sloop zonder aparte grondslag.