ECLI:NL:HR:2002:AD9102
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vorming reserve assurantie eigen risico vennootschapsbelasting
Belanghebbende, actief in bemiddeling bij internationale transporten van wijnen en cognac, kreeg voor 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof, waarbij de aanslag werd bevestigd, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende een reserve assurantie eigen risico mocht vormen voor goederen- en transportrisico's. Het Hof oordeelde dat alleen risico's die in belangrijke mate verzekerd worden door vergelijkbare ondernemers in aanmerking komen. Hoewel het Hof erkende dat importeurs van wijnen en gedestilleerd als vergelijkbare ondernemers kunnen worden beschouwd indien zij vergelijkbare risico's lopen, stelde het vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de risico's vergelijkbaar waren.
Belanghebbendes klachten over het oordeel van het Hof werden door de Hoge Raad verworpen, omdat het oordeel feitelijk van aard is en niet in cassatie kan worden getoetst. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het Hof geen vergelijkbare risico's zag. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen reserve assurantie eigen risico mag worden gevormd.