ECLI:NL:HR:2002:AD9099

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36977
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J. Zuurmond
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting na beroep en cassatie

Belanghebbende werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode van 1 januari 1989 tot en met 31 december 1992. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden, dat op 13 september 1996 uitspraak deed. Deze uitspraak werd door de Hoge Raad op 16 december 1998 vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.

Het Gerechtshof Arnhem bevestigde de aanslag in zijn uitspraak van 7 februari 2001. Belanghebbende stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee kwam een einde aan de procedure, waarbij de naheffingsaanslag onverminderd bleef gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 36.977
8 februari 2002
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 7 februari 2001, nr. 98/4460, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag en bezwaar
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1989 tot en met 31 december 1992 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 60.142 aan enkelvoudige belasting en ƒ 616 aan verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
2. Loop van het geding tot dusverre
Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Gerechtshof te Leeuwarden. De uitspraak van dit hof van 13 september 1996 is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 16 december 1998, nr. 32693, BNB 1999/164, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof te Arnhem (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
3. Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. J.A. Beekers, advocaat te Apeldoorn.
4. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet, P. Lourens en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.