ECLI:NL:HR:2002:AD9095

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36739
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • D. H. Beukenhorst
  • P. J. van Amersfoort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep cassatie tegen waardebeschikking onroerende zaak

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak gelegen aan a-straat 1 te Q voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000, vastgesteld op ƒ 443.000. De Inspecteur der gemeentebelastingen van de gemeente Leiden heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de beschikking gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.

Tegen de uitspraak van het Hof heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Het beroepschrift in cassatie is aan het arrest gehecht en maakt daarvan integraal deel uit. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Er is geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen en heeft het beroep ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter en raadsheren D. H. Beukenhorst en P. J. van Amersfoort, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waardebeschikking blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 36.739
8 februari 2002
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 november 2000, nr. BK-98/01842 betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Q voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 vastgesteld op ƒ 443.000 .
Na bezwaar van belanghebbende heeft de Inspecteur der gemeentebelastingen van de gemeente Leiden de beschikking gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D. H. Beukenhorst en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.