ECLI:NL:HR:2002:AD9076
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens rechtens te beschermen vertrouwen
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode januari tot en met juli 1996, inclusief een verhoging wegens vermeende BTW-carrouselfraude. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof vernietigde deze en oordeelde dat belanghebbende op grond van het boekenonderzoek mocht vertrouwen op de fiscale standpuntbepaling van de Inspecteur.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat het boekenonderzoek, ondanks het vermoeden van fraude, geen aanleiding gaf tot correcties en dat belanghebbende redelijkerwijs mocht aannemen dat de Inspecteur afzag van correctie. De Hoge Raad wijst erop dat het oordeel van het Hof over het vertrouwen gebaseerd is op feitelijke waarderingen die in cassatie niet kunnen worden getoetst.
Verder faalden de klachten van de Staatssecretaris dat het vertrouwen niet toereikend was, dat het onderzoek beperkt was, en dat belanghebbende relevante informatie zou hebben achtergehouden. Ook het argument dat het vertrouwen slechts voor augustus 1996 zou gelden, wordt verworpen.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten en bevestigt dat het beroep ongegrond is verklaard. Hiermee blijft de vernietiging van de naheffingsaanslag in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.