ECLI:NL:HR:2002:AD9044
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vergoeding gemaakte proceskosten arts in tuchtzaak op grond van art. 69 Reglement Medisch Tuchtrecht
In deze zaak vordert een arts vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt in verband met een tuchtprocedure. Het Regionaal Tuchtcollege had de klacht tegen de arts gegrond verklaard en hem de bevoegdheid ontzegd de geneeskunst uit te oefenen, maar het Hof vernietigde deze beslissing en verklaarde de klacht ongegrond.
De arts vroeg vervolgens vergoeding van de gemaakte kosten uit 's Rijks kas. Het Hof Leeuwarden verklaarde hem aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar de Hoge Raad vernietigde deze beslissing en verwees de zaak terug naar het Hof. Bij beschikking bepaalde het Hof Leeuwarden dat de arts een vergoeding van ƒ 82.820,-- toekomt, maar deze beschikking werd door de Hoge Raad eveneens vernietigd.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door een forfaitair liquidatietarief toe te passen en alleen proceshandelingen mee te nemen waarvoor de arts was uitgenodigd. Volgens de Hoge Raad moet de vergoeding gebaseerd zijn op de werkelijk gemaakte kosten die redelijkerwijs in verband met de behandeling zijn gemaakt.
De zaak wordt verwezen naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De kosten van het cassatiegeding worden aan de zijde van de arts vergoed uit 's Rijks kas.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het Hof Leeuwarden en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling van de vergoeding van proceskosten aan de arts.