ECLI:NL:HR:2002:AD8946
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf en onbetaalde arbeid wegens overschrijding redelijke termijn in valsheid in geschrift
De verdachte werd door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld voor meervoudige valsheid in geschrift, het niet voldoen aan een wettelijke vordering en vernieling van goederen, waarbij het Hof onbetaalde arbeid van honderd uur oplegde in plaats van gevangenisstraf.
De verdachte stelde beroep in cassatie in, maar stelde geen middelen van cassatie voor. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, en tot vermindering van de straf met verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor het deel van de strafoplegging en verminderde het aantal uren onbetaalde arbeid tot negentig uur en de duur van de gevangenisstraf tot zeven weken.
Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de overige onderdelen van het arrest in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf tot 90 uur onbetaalde arbeid en zeven weken gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.