ECLI:NL:HR:2002:AD8779
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1991 wegens goodwillwaardering
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 616.680. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad behandelde verschillende klachten van belanghebbende, waaronder het beroep op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Het hof had geoordeeld dat het verzoek van de Inspecteur om bewijsstukken over de goodwill geen rechtsgeldig vertrouwen wekte dat de Inspecteur het standpunt van belanghebbende zou volgen. Dit oordeel was niet onjuist en berustte op feitelijke waarderingen die in cassatie niet konden worden aangetast.
Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalde, omdat de Inspecteur op basis van beschikbare gegevens tot een andere waardering van de goodwill mocht komen dan belanghebbende had verdedigd. Vaststellingen van het hof over wat ter zitting is verklaard zijn niet toetsbaar in cassatie. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1991.