ECLI:NL:HR:2002:AD8739
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de toepassing van de Interimwet en Meststoffenwet bij uitbreiding varkenshouderij
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk uitbreiden van de productie van dierlijke meststoffen boven de toegestane fosfaatnorm per hectare landbouwgrond, in strijd met de Meststoffenwet en de Interimwet beperking varkens- en pluimveehouderijen.
De kern van het geschil was of de 1000 gespeende biggen vermeld in de hinderwetvergunning van 1984 als mestvarkens moesten worden beschouwd en dus meetellen bij het referentieaantal varkenseenheden, waardoor geen sprake zou zijn van een uitbreiding. Het hof oordeelde dat deze biggen niet als mestvarkens konden worden aangemerkt, maar als onderdeel van het toegestane aantal fokvarkens.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst op de restrictieve uitleg die gegeven moet worden aan de uitzonderingsbepalingen van de Interimwet, mede gelet op de wetsgeschiedenis die het doel van het voorkomen van mestoverschotten benadrukt. Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat het aantal gespeende biggen passend was bij het aantal fokvarkens en dat de biggen niet als mestvarkens zijn te beschouwen.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat geen onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijkheid in het oordeel van het hof is vastgesteld. De veroordeling tot een geldboete en subsidiaire hechtenis blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens overtreding van de Meststoffenwet blijft in stand.