ECLI:NL:HR:2002:AD8700
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen veroordeling doodslag ondanks verhoor getuige achter gesloten deuren
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem dat hem veroordeelde tot acht jaar gevangenisstraf voor doodslag. Een belangrijk punt in het cassatieberoep betrof de beslissing van het hof om een getuige achter gesloten deuren en zonder aanwezigheid van de verdachte te horen, vanwege mogelijke bedreiging.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had toegepast op grond van artikel 269 Sv Pro en artikel 297 lid 3 Sv Pro. Het hof had geoordeeld dat de openbaarheid van de terechtzitting ernstig zou worden geschaad indien de getuige in aanwezigheid van verdachte werd gehoord, omdat de getuige mogelijk door verdachte was bedreigd en daardoor niet vrijelijk had verklaard.
De Hoge Raad stelde vast dat het verhoor van de getuige achter gesloten deuren rechtmatig was en dat de verdediging voldoende gelegenheid had gehad om vragen te stellen en tegenverklaring te voeren. Ook het feit dat verdachte na terugkeer in de zittingszaal niet direct kon reageren op de verklaring van de getuige buiten zijn aanwezigheid, leidde niet tot nietigheid.
De overige middelen van cassatie werden verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad concludeerde dat geen reden bestond om het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat verdachte veroordeelde tot acht jaar gevangenisstraf blijft in stand.