ECLI:NL:HR:2002:AD7737
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Meldingsplicht bij verkrijging van eigen aandelen volgens Wet melding zeggenschap
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld wegens het niet melden van een belang in eigen aandelen volgens de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen (Wmz). Het hof oordeelde dat de verdachte door een overeenkomst een recht had verkregen op inkoop van eigen aandelen en dat dit onder de meldingsplicht viel.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een voorwaardelijke optie en dat op een vennootschap geen meldingsplicht rust bij verkrijging van eigen aandelen. Het hof verwierp deze verweren en stelde dat het recht op inkoop een rechtstreeks potentieel belang vormde dat gemeld moest worden.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte een zelfstandig recht op verkrijging van aandelen had, aangezien dit afhankelijk was van een latere wilsverklaring van de wederpartij. Ook ontbrak nadere motivering waarom de wederpartij de inkoop niet zonder meer kon afwijzen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Hof te 's-Gravenhage.