3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [Eiseres] houdt zich bezig met de verwerking van fotografisch chemische afvalstoffen (verder: fca).
(ii) Het ministerie van VROM (verder: VROM) (Directoraat-Generaal Milieubeheer, directie afvalstoffen) heeft in januari 1990 de "Notitie fotografisch-chemische afvalstoffen" (verder: de Notitie) het licht doen zien. Deze - geactualiseerde - notitie "zal in vergaande mate het beleid vastleggen ten aanzien van de vergunningverlening in deze branche voor 1990 en de jaren daarna", aldus de inleiding. Hoofdstuk 5 van de Notitie betreft het beleid ten aanzien van de toekomstige verwijderingsstructuur.
(iii) Op verzoek van [eiseres] heeft VROM bij brief van 4 april 1990 aan haar bevestigd dat de visie van VROM met betrekking tot de toekomstige verwijderingsstructuur van fca "tot in detail [is] uitgewerkt in de Notitie."
(iv) [Eiseres] heeft bij brief van 28 juni 1990 een bedrijfsplan aan VROM gestuurd.
(v) Op 15 augustus 1990 is aan [eiseres] een vergunning voor het bewaren en verwerken van chemische afvalstoffen verleend, geldig tot 1 januari 1992 en (ambtshalve) op 24 december 1991 een nieuwe vergunning, geldig tot 1 januari 1993. Die vergunning is daarna steeds verlengd c.q. vernieuwd.
(vi) In november 1990 werd op voorstel van de Nederlandse Vereniging van Verwerkers van Chemische Afvalstoffen (verder: NVCA), waarvan [eiseres] lid was, de in de Notitie bedoelde informatieverschaffing door verwerkende bedrijven opgeschort om de NVCA zelf in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak voor het terugdringen van fca te maken. Dat plan van aanpak is in april 1992 verschenen. Volgens het plan "lijkt het realistisch uit te gaan van maximaal haalbare besparing van 50 - 60%" (par. 6.2.1). Met "besparing" is bedoeld de reductie aan chemicaliën die door hergebruik bereikt kan worden (par. 5.1.2). Die doelstelling, te verwezenlijken door preventie en hergebruik, is overgenomen in het in februari 1993 verschenen concept Meerjarenplan Verwijdering Gevaarlijke Afvalstoffen van VROM (verder: MJP - GA).
(vii) In het definitieve MJP - GA van 24 juni 1993 is echter als uitgangspunt gekozen dat de reductiedoelstellingen door met name preventieve maatregelen zullen worden verwezenlijkt, waarvoor de verantwoordelijkheid nadrukkelijker bij de producenten wordt gelegd. Aan hergebruik stelt het MJP - GA lagere eisen dan (indertijd) de Notitie.
(viii) In zijn brief van 6 oktober 1993 aan de Voorzitter van de vaste Commissie voor Milieubeheer van de Tweede Kamer schrijft de minister van VROM die "accentverschuiving" toe aan het uitblijven van de in het ontwerp MJP - GA veronderstelde overeenstemming tussen verwerkers en producenten over uitwisseling van productgegevens en de mededeling van de producenten dat in het jaar 2000 60% reductie kan worden gerealiseerd door preventie.
(ix) [Eiseres] heeft in de jaren 1990 - 1993 investeringen gedaan in de veronderstelling dat het in de Notitie neergelegde beleid zou worden doorgezet, gericht op hergebruik en op vergunningverlening alleen aan verwerkers, die aan de met het oog op dat hergebruik te stellen eisen zouden voldoen.