ECLI:NL:HR:2002:AD7374
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling alimentatie na beëindiging arbeidsovereenkomst en terugkeer naar Nederland
De vrouw verzocht bij de rechtbank Zutphen om verhoging van de alimentatie, nadat zij haar arbeidsovereenkomst in Marokko had beëindigd en was teruggekeerd naar Nederland. De rechtbank stelde de alimentatie vast op ƒ 3.800 per maand, lager dan het door de vrouw gevraagde bedrag van ƒ 7.427,41. Het hof Arnhem vernietigde deze beschikking en verhoogde de alimentatie tot het door de vrouw gevraagde bedrag.
De man stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat de vrouw geen inkomsten had, terwijl uit de procedure bleek dat zij enkele dagdelen per week werkte. Omdat de inkomsten van de vrouw relevant zijn voor de alimentatiebepaling, kon de beslissing van het hof niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten van de man werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het hof 's-Hertogenbosch.