ECLI:NL:HR:2002:AD6266
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor bezit beschermde havik zonder geldige vrijstelling
De verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk bezitten van een havik, een beschermde vogel, in strijd met artikel 7 van Pro de Vogelwet 1936. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, maar legde geen straf of maatregel op.
In cassatie stelde de verdachte dat hij met een CITES-certificaat kon aantonen dat de havik op legale wijze in Duitsland was gekweekt, waardoor artikel 20 Vogelwet Pro 1936 van toepassing zou zijn en het bezit geoorloofd was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de havik niet tot de vrijgestelde soorten behoorde omdat deze in de bijlage van de regeling genoemd wordt en dat de vrijstelling alleen geldt indien de houder kan aantonen dat de vogel op geoorloofde wijze binnen Nederland of een andere lidstaat is verkregen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, omdat het middel niet tot cassatie kon leiden en er geen reden was om de uitspraak ambtshalve te vernietigen. Hiermee bleef de veroordeling van de verdachte in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling wegens het opzettelijk bezit van een beschermde havik blijft in stand.