ECLI:NL:HR:2002:AD6257

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03930/00
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing in cassatie wegens onvoldoende motivering van hoger beroep in valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte was veroordeeld voor valsheid in geschrift en het verzwijgen van gegevens met het oog op het verkrijgen van hogere bijstand. Het hof had de verdachte veroordeeld tot onbetaalde arbeid in plaats van gevangenisstraf.

De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had tot wederrechtelijke bevoordeling en dat er sprake was van verschoonbare dwaling veroorzaakt door tegenstrijdige informatie van ambtenaren. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet op deze verweren met een deugdelijke motivering had beslist, wat een schending van de wettelijke motiveringsplicht inhoudt.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor een volledige herbeoordeling van het hoger beroep. De Hoge Raad nam tevens kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal, maar behandelde de middelen niet inhoudelijk omdat de motiveringsgebrek al tot vernietiging leidde.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

8 januari 2002
Strafkamer
nr. 03930/00
AS/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 september 2000, nummer 22/001627-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 7 januari 1999 - de verdachte ter zake van feit 1. "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" en feit 2. "in strijd met de waarheid enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen danwel te behouden" veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van
80 uren, in plaats van 6 weken gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.Th.J. Bos, advocaat te Leiden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar een aangrenzend Hof opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnotities heeft de raadsman van verdachte aldaar onder meer aangevoerd:
"[verdachte] heeft op het inlichtingenformulier van de Sociale Dienst de alternatieven kostgangers, onderhuurders, dan wel overige huurders niet aangekruist, zulks op advies van de bedrijfsmaatschappelijk medewerker;
(...)
[verdachte] is van mening dat zij op geen enkele wijze de opzet heeft gehad zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen ten koste van de gemeenschap;
zij is van mening dat er hoogstens gesproken zou kunnen worden over verschoonbare dwaling welke veroorzaakt werd door verschillende, elkaar tegensprekende, ambtenaren van de gemeente Leiden."
3.2. Aldus is een verweer gevoerd waarop het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moeten geven.
3.3. Aangezien zodanige beslissing in 's Hofs arrest niet voorkomt, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster, G.J.M. Corstens, A.J.A. van Dorst en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 8 januari 2002.