ECLI:NL:HR:2002:AD6091
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep erfgenaam in civiele vordering borgstelling
De zaak betreft een civiele procedure over een borgstellingsvordering. De rechtsvoorganger van eiseres werd door de rechtsvoorganger van verweerders gedagvaard voor betaling van een geldbedrag, vermeerderd met rente. De vordering werd bestreden en er werd een reconventionele vordering ingesteld wegens bedrog en dwaling.
De rechtbank wees de vordering af en ook het hoger beroep werd grotendeels afgewezen, waarbij het hof uiteindelijk het vonnis vernietigde en eiseres veroordeelde tot betaling van een bedrag met rente. De Hoge Raad werd in cassatie gevraagd het arrest van het hof te vernietigen.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De kosten van het cassatiegeding werden aan eiseres opgelegd. Het arrest bevestigt de eerdere beslissingen in de civiele procedure over de borgstelling en de verdeling van risico's tussen partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van eiseres tot betaling van het bedrag aan verweerders.