ECLI:NL:HR:2002:AD5816
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Weigering van verstekverlening wegens niet tijdig herstelexploit in cassatieprocedure
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch en dagvaardde de Ontvanger om te verschijnen bij de Hoge Raad. De zaak werd niet tijdig ter rolle ingeschreven voor de aangezegde rechtsdag van 10 augustus 2001. Eiser bracht vervolgens op 10 september 2001 een herstelexploit uit met een nieuwe rechtsdag op 12 oktober 2001. De Ontvanger verscheen niet op deze zitting, waarna eiser verstekverlening vroeg.
De Advocaat-Generaal adviseerde de verstekverlening te weigeren omdat het herstelexploit niet binnen de vereiste termijn van veertien dagen na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag was uitgebracht. De Hoge Raad volgde dit advies en wees het verzoek tot verstekverlening af. Hiermee werd het geding in cassatie beëindigd zonder inhoudelijke behandeling.
Het arrest benadrukt het belang van tijdige inschrijving van de dagvaarding op de rol en de strikte toepassing van de termijn voor het uitbrengen van een herstelexploit in cassatieprocedures.
Uitkomst: Het verzoek tot verstekverlening wordt geweigerd wegens niet tijdig uitbrengen van het herstelexploit.