ECLI:NL:HR:2002:AD5578
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening aan verdachte in het buitenland
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend aan een verdachte die niet in Nederland was ingeschreven noch een verblijfplaats in Nederland had, maar wel een bekend adres in het buitenland. Het Hof Arnhem had de verdachte bij verstek veroordeeld, waarbij werd aangenomen dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan de griffier omdat geen Nederlands adres bekend was.
De Hoge Raad analyseerde de wettelijke regeling van art. 588 Sv Pro, waarin de uitreiking van gerechtelijke stukken wordt geregeld. De wetgever heeft de regeling aangepast zodat bij een bekend buitenlands adres de dagvaarding door het openbaar ministerie rechtstreeks of via buitenlandse autoriteiten aan de verdachte moet worden verzonden, zonder dat uitreiking aan de griffier vereist is.
In deze zaak ontbrak bewijs dat de dagvaarding daadwerkelijk aan het buitenlandse adres was verzonden. De akte van uitreiking vermeldde slechts dat de dagvaarding aan de griffier was uitgereikt, wat volgens de huidige wet niet voldoende is. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend onbegrijpelijk is en verklaarde de dagvaarding nietig.
De bestreden uitspraak van het Hof werd vernietigd en de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard. Hiermee werd het vonnis van de Politierechter dat het Hof had vernietigd, weer van kracht.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan verdachte met bekend buitenlands adres.