ECLI:NL:HR:2002:AD5568
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hechtenisstraf wegens ontbreken tenlastelegging recidive bij openbare dronkenschap
De verdachte werd door de rechtbank Almelo veroordeeld tot een week hechtenis wegens zich in kennelijke staat van dronkenschap bevinden op de openbare weg, strafbaar gesteld onder art. 453 Wetboek Pro van Strafrecht (oud). De Hoge Raad oordeelde dat de strafverzwarende omstandigheid van recidive, die hechtenis mogelijk maakt, niet in de dagvaarding was opgenomen en ook niet mondeling was toegevoegd tijdens de terechtzittingen, zoals vereist volgens art. 312 Sv Pro.
Hierdoor kon de opgelegde hechtenis niet worden gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar de rechtbank Almelo voor hernieuwde berechting en afdoening. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte tenlastelegging van strafverzwarende omstandigheden en de waarborg van hoor en wederhoor in strafzaken. De zaak illustreert de strikte toepassing van procesrechtelijke voorschriften bij strafoplegging.
De Hoge Raad werd in deze strafzaak bijgestaan door de vice-president en twee raadsheren, en het arrest werd uitgesproken op 29 januari 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de hechtenisstraf wegens ontbreken van de tenlastelegging van recidive en verwijst de zaak terug voor nieuwe berechting.