ECLI:NL:HR:2002:AD5568

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03688/00
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 453 SrArt. 312 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hechtenisstraf wegens ontbreken tenlastelegging recidive bij openbare dronkenschap

De verdachte werd door de rechtbank Almelo veroordeeld tot een week hechtenis wegens zich in kennelijke staat van dronkenschap bevinden op de openbare weg, strafbaar gesteld onder art. 453 Wetboek Pro van Strafrecht (oud). De Hoge Raad oordeelde dat de strafverzwarende omstandigheid van recidive, die hechtenis mogelijk maakt, niet in de dagvaarding was opgenomen en ook niet mondeling was toegevoegd tijdens de terechtzittingen, zoals vereist volgens art. 312 Sv Pro.

Hierdoor kon de opgelegde hechtenis niet worden gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar de rechtbank Almelo voor hernieuwde berechting en afdoening. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.

De uitspraak benadrukt het belang van correcte tenlastelegging van strafverzwarende omstandigheden en de waarborg van hoor en wederhoor in strafzaken. De zaak illustreert de strikte toepassing van procesrechtelijke voorschriften bij strafoplegging.

De Hoge Raad werd in deze strafzaak bijgestaan door de vice-president en twee raadsheren, en het arrest werd uitgesproken op 29 januari 2002.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de hechtenisstraf wegens ontbreken van de tenlastelegging van recidive en verwijst de zaak terug voor nieuwe berechting.

Uitspraak

29 januari 2002
Strafkamer
nr. 03688/00
AG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 22 februari 2000, nummer 08/015401-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland) op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in het Huis van Bewaring "Karelskamp" te Almelo.
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft de verdachte - voorzover in cassatie van belang - ter zake van "zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden" veroordeeld tot één week hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis, voorzover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, doch uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging, tot verwijzing van de zaak ter verdere afdoening naar het Hof te Arnhem teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. Ten laste van de verdachte is van de onder parketnummer 08/015401-99 uitgebrachte inleidende dagvaarding onder 2 door de Rechtbank bewezenverklaard dat hij:
"op 3 juli 1999, in de gemeente Hengelo (O), zich in kennelijke staat van dronkenschap heeft bevonden op de openbare weg, de Willemstraat;"
welke bewezenverklaring de Rechtbank heeft gekwalificeerd als:
"Zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden" strafbaar gesteld bij art. 453 van Pro het Wetboek van Strafrecht;"
Ter zake daarvan verdachte is veroordeeld tot de straf van een week hechtenis [de hiervoor onder 1 genoemde straf].
3.2. Art. 453 Sr Pro luidde, voorzover hier van belang, ten tijde van het bewezenverklaarde feit:
"1. Hij die zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevindt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke of de in artikel 426 omschreven Pro overtreding onherroepelijk is geworden, kan hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van de eerste categorie worden opgelegd.
3. Bij tweede herhaling binnen een jaar nadat de eerste veroordeling wegens herhaling onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis van ten hoogste twee weken of geldboete van de tweede categorie opgelegd."
3.3. De strafverzwarende omstandigheid van recidive als bedoeld in art. 453 (oud) Sv is niet bij de inleidende dagvaarding tenlastegelegd, terwijl dit blijkens de processen-verbaal van de terechtzitting van de Rechtbank van 16 november 1999 en 15 februari 2000 ook niet alsnog mondeling is geschied op de wijze als voorzien in art. 312 Sv Pro. Dat brengt mee dat ter zake van het bewezenverklaarde feit geen hechtenis kon worden opgelegd. De bestreden uitspraak kan derhalve voor wat betreft de oplegging van de straf niet in stand blijven.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet als volgt worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging;
Wijst de zaak terug naar de Rechtbank te Almelo
opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan;
Verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en J.P. Balkema, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 29 januari 2002.