ECLI:NL:HR:2002:AD5554
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen uitleveringsuitspraak zonder tolk
De zaak betreft een cassatieberoep van een opgeëiste persoon tegen een uitleveringsuitspraak van de rechtbank te Assen, waarin uitlevering aan de Republiek IJsland werd toegestaan. De hoofdklacht betrof het ontbreken van een beëdigde tolk tijdens het verhoor, wat volgens de verdediging in strijd was met de Uitleveringswet en het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel over het taalbegrip van de opgeëiste persoon aan de feitenrechter toebehoort en dat in cassatie niet kan worden getoetst of de rechter terecht heeft geoordeeld dat de opgeëiste persoon voldoende Nederlands verstaat om zonder tolk te worden gehoord. Uit het proces-verbaal bleek dat geen bezwaar was gemaakt tegen het ontbreken van een tolk.
Hoewel de rechtbank bij vergissing vermeldde dat een tolk aanwezig was, leidt dit niet tot vernietiging van het vonnis. De Hoge Raad concludeert dat geen van de middelen tot cassatie kan leiden en verwerpt het beroep, waarmee de uitleveringsuitspraak in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitleveringsuitspraak zonder tolk.