ECLI:NL:HR:2002:AD5409
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatieberoep wegens niet tijdig voldoen aan consignatieverplichting
De veroordeelde stelde beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. De Hoge Raad stelde de veroordeelde in de gelegenheid om alsnog binnen een gestelde termijn aan zijn consignatieverplichting te voldoen door een bedrag over te maken op een specifieke bankrekening.
Hoewel de veroordeelde het bedrag op 13 augustus 2001 heeft overgemaakt, was dit na de gestelde termijn van 2 augustus 2001. De Hoge Raad oordeelde dat de datum van ontvangst door de crediteuren bepalend is voor de tijdigheid van de consignatie. Hierdoor kon de veroordeelde niet in zijn beroep worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaarde de veroordeelde daarom niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en verwees de zaak niet inhoudelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 12 februari 2002.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet tijdige consignatie.