ECLI:NL:HR:2002:AD5379
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn ontnemingsvordering
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem, waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met subsidiair vervangende hechtenis.
Betrokkene was op de zittingen in hoger beroep niet aanwezig, maar was wel op de hoogte gesteld en vertegenwoordigd door advocaten die verklaarden dat betrokkene geen bezwaar had tegen behandeling buiten zijn aanwezigheid. Het hof legde de ontnemingsmaatregel op in februari 1997.
Het cassatieberoep werd echter pas op 4 april 2000 ingesteld, ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen na de einduitspraak van het hof. De Hoge Raad oordeelde daarom dat betrokkene niet-ontvankelijk was in het cassatieberoep en wees het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens overschrijding van de beroepstermijn.