ECLI:NL:HR:2002:AD5361
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Ontzetting vader uit het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen
Verweerder, de Raad voor de Kinderbescherming, verzocht de rechtbank Zwolle om de vader te ontzetten uit het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kinderen geboren in 1993 en 1997. De rechtbank wees dit verzoek toe bij beschikking van 17 november 1999. De vader stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking op 11 januari 2001 bekrachtigde.
Tegen deze beslissing stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegrond opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep werd daarom verworpen en de ontzetting uit het ouderlijk gezag bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de ontzetting uit het ouderlijk gezag blijft in stand.