ECLI:NL:HR:2002:AD5361

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/039HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzetting vader uit het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen

Verweerder, de Raad voor de Kinderbescherming, verzocht de rechtbank Zwolle om de vader te ontzetten uit het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kinderen geboren in 1993 en 1997. De rechtbank wees dit verzoek toe bij beschikking van 17 november 1999. De vader stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking op 11 januari 2001 bekrachtigde.

Tegen deze beslissing stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegrond opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep werd daarom verworpen en de ontzetting uit het ouderlijk gezag bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de ontzetting uit het ouderlijk gezag blijft in stand.

Uitspraak

11 januari 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/039HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Utrecht,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 3 augustus 1999 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: RvdK - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen
- [kind 1] geboren op 29 juli 1993 te [geboorteplaats]
- [kind 2] geboren op 16 juni 1997 te [geboorteplaats] te ontzetten.
De vader heeft het verzoek bestreden ter mondelinge behandeling van het verzoek.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 17 november 1999 de vader ontzet uit het ouderlijk gezag over voornoemde minderjarigen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 11 januari 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De RvdK heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.