ECLI:NL:HR:2002:AD4934
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt alimentatieverplichtingen en gebruik echtelijke woning na echtscheiding
De vrouw verzocht bij de rechtbank echtscheiding, alimentatie voor de kinderen en zichzelf, verdeling van de huwelijksgemeenschap en het voortgezet gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank sprak de echtscheiding uit, stelde een omgangsregeling vast, bepaalde dat de vrouw zes maanden in de woning mocht blijven en verwees partijen naar een notaris voor verdeling.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de afwijzing van haar alimentatieverzoeken. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en bepaalde dat de man vanaf de overdracht van de woning een bijdrage van ƒ 375 per kind per maand aan de verzorgingskosten en ƒ 600 per maand aan de levensonderhoudskosten van de vrouw moet betalen.
De man stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af, waarmee de alimentatieverplichtingen en het gebruik van de woning werden bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatieverplichtingen en het gebruiksrecht van de woning door de vrouw.