ECLI:NL:HR:2002:AD4921
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tegen Staat tot teruggave goederen
Eiser heeft de Staat gedagvaard met de vordering om binnen vijf dagen de eigendom van bepaalde goederen terug te geven, dan wel de waarde daarvan uit te keren, vermeerderd met wettelijke rente en onder verbeurte van een dwangsom. De Staat heeft deze vordering bestreden. De Rechtbank verklaarde eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering. Eiser stelde hiertegen hoger beroep in, maar het Gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde het vonnis van de Rechtbank.
Eiser bracht vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen, waarbij werd overwogen dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van eiser in zijn vordering tegen de Staat.