ECLI:NL:HR:2002:AD3688
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak inzake navorderingsaanslagen onroerendezaakbelasting substraatteeltkassen
Belanghebbende, exploitant van een tuinbouwbedrijf met substraatteeltkassen, kreeg voor 1998 navorderingsaanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd door de gemeente Pijnacker. Aanvankelijk was een cultuurgrondvrijstelling toegepast, maar deze werd later ongedaan gemaakt. Na bezwaar handhaafde de directeur van de sector Middelen de aanslagen, en het hof bevestigde deze beslissing in beroep.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte het beroep op het vertrouwensbeginsel verwierp. De Hoge Raad constateerde dat het hof dit beroep pas ter zitting had behandeld zonder inhoudelijke motivering, waardoor toetsing in cassatie niet mogelijk was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht het beroep op het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel had verworpen. De gemeente had de cultuurgrondvrijstelling ingetrokken na een eerder arrest van de Hoge Raad dat de toepassing onterecht verklaarde. Het feit dat andere gemeenten anders handelden, verplichtte de gemeente Pijnacker niet tot gelijke behandeling.
De Hoge Raad veroordeelde de gemeente tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het cassatieproces aan de zijde van belanghebbende. De vergoeding van de proceskosten voor het hofproces wordt aan het verwijzingshof overgelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege onvoldoende motivering over het vertrouwensbeginsel.