ECLI:NL:HR:2002:AB2825
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking verrekening Japanse bronbelasting bij toerekening royalty's aan vaste inrichting in Zwitserland
Belanghebbende, een onderneming die handelsnamen, know-how en patenten ontwikkelt en exploiteert, heeft een vaste inrichting in Zwitserland. Voor het jaar 1995 is een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over een belastbaar bedrag van bijna 9,5 miljoen gulden, waarbij een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is toegepast. Een deel van de royalty's, ontvangen uit Japan, is onderworpen aan een Japanse bronbelasting van 10 procent.
Het Hof oordeelde dat slechts 10 procent van de Japanse royalty's tot de Nederlandse belastinggrondslag behoort en dat daarom ook slechts 10 procent van de Japanse bronbelasting verrekend mag worden. Belanghebbende stelde dat de volledige royalty tot de grondslag behoort, ook al wordt een deel effectief in Zwitserland belast.
De Hoge Raad bevestigt dat de vaste inrichting in Zwitserland gerechtigd is tot 90 procent van de royalty's en dat over dat deel feitelijk geen Nederlandse belasting wordt geheven vanwege het belastingverdrag met Zwitserland. Verrekening van de Japanse bronbelasting over dit deel zou in strijd zijn met het belastingverdrag met Japan en het doel van dubbele belastingverdragen.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de beperking van de verrekening van de Japanse bronbelasting tot het aan Nederland toe te rekenen deel van de royalty's.