ECLI:NL:HR:2001:ZD2915
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens verjaring en verwerpt beroep verdachte inzake konijnenvleeskeurmerk
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor diverse overtredingen en vrijgesproken voor andere tenlastegelegde feiten. Het hof verwierp onder meer het verweer dat sprake was van een gedoogregeling door het Openbaar Ministerie, alsmede het verweer dat de vernietiging van inbeslaggenomen konijnenvlees de strafvordering onontvankelijk maakte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat geen sprake was van een gedoogbeleid waarop verdachte mocht vertrouwen, aangezien geen uitspraken of bekendmakingen van het Openbaar Ministerie of de AID hierover zijn gedaan. Ook het verweer dat de vernietiging van het bewijsmateriaal de belangen van verdachte schaadde, werd verworpen omdat het vlees na inbeslagname geen waarde meer had voor het bewijs.
Verder werd het beroep verworpen dat konijnenvlees bestemd voor detailhandel niet van een keurmerk behoefde te zijn voorzien. De Hoge Raad bevestigde dat alle konijnenvlees bedrijfsmatig voorhanden moet zijn voorzien van het voorgeschreven keurmerk volgens de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993.
Ten slotte stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de strafvordering ter zake van een van de tenlastegelegde feiten was verjaard, waardoor het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard in die vervolging. Het beroep van verdachte faalde verder en het arrest van het hof werd grotendeels bevestigd.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring in de vervolging van een subsidiair tenlastegelegd feit; het beroep van verdachte wordt verder verworpen.